Hoe leg je je chronische ziekte uit aan anderen?

Het hebben van een chronische ziekte is één ding, maar buiten de lichamelijke en psychische ongemakken die je kunt ervaren, is er nog een ander probleem waar je op kunt stuiten: onbegrip. Aan veel mensen met een chronische ziekte is niet te zien dat er iets aan de hand is, waardoor anderen het idee hebben dat er niets gaande is en in sommige gevallen zelfs aannemen dat je je aanstelt.

Dit onbegrip kan een groot probleem zijn: voor zowel kinderen als volwassenen met een chronische ziekte kan het leiden tot pesten en isolatie. Tieners kunnen hard zijn als iemand in hun omgeving anders is, wat zich vaak uit in direct pesten en opstoken van anderen. Bij volwassenen op de werkvloer zorgt het juist voor roddelen. Gelukkig kun je er meestal iets aan doen als chronisch zieke zijnde; wees open over je ziekte en leg uit wat je chronische ziekte met je doet aan de hand van de onderstaande tips.



Vind een vergelijking met je chronische ziekte

Ik heb vroeger veel last ondervonden doordat mensen in mijn omgeving niet begrepen wat mijn ziekte in de praktijk voor mij betekende. Ik was soms doodmoe op een normale doordeweekse dag, zonder een echt directe reden, en op die dagen kon ik nauwelijks opstaan uit bed. Niet omdat ik niet wou opstaan, maar omdat mijn lichaam fysiek te moe was. Als ik dat aan anderen aan gaf, dan zeiden ze “ah kom op, even doorzetten en dan lukt het wel”. Maar doorzetten gaat niet als je lichaam fysiek niet mee kan gaan in wat je mentaal graag wilt.

Het was lang een probleem voor me, totdat verschillende jaren geleden een collega van me zwanger werd. In de eerste maanden was ze extreem moe en zei op een gegeven moment tegen me “Janne, nu besef ik pas echt hoe moe jij altijd bent!” Dit opende mijn ogen: er zijn situaties waarin niet-chronische zieken ook kampen met extreme vermoeidheid, en ook al zijn ze dan niet continu of vaak extreem moe, het geeft ze wel meer begrip voor je situatie. Sindsdien gebruik ik dit soort vergelijkingen om de vermoeidheid uit te leggen aan anderen. Bij vrouwen met kinderen leg ik de vergelijking bij zwangerschappen; bij mannen vraag ik vaak of ze ervaring hebben met jetlag, aangezien dit ook een goede vergelijking is.

Op het moment dat ik een dergelijke vergelijking voorleg aan mensen, met een “en stel je dan eens voor dat het elke dag zo is”, dan zie je aan de persoon dat ze het ineens door hebben. Probeer daarom dus dit soort vergelijkingen te maken, die andere mensen hebben ervaren, om je ziekte duidelijker te maken. Moeheid tijdens zwangerschap en last van jetlag zijn twee voorbeelden die je kunt gebruiken. Heb je nog andere voorbeelden? Deel ze vooral in de comments!

De lepeltjestheorie

Een andere manier om met name de moeheid duidelijk uit te leggen aan anderen, is een theorie die ik tientallen jaren geleden eens heb geleerd: de lepeltjestheorie. Deze theorie leg je als volgt uit: als gezond persoon begin je je dag met onbeperkte energie en mogelijkheden, maar als chronisch zieke start je je dag met een beperkt energielevel. In deze theorie zijn de lepeltjes representatief voor je energielevel. Stel, je begint elke dag met vijftig lepeltjes. Nou gaan er lepeltjes af als je bepaalde dingen doet, en fysieke acties kosten meer lepeltjes dan mentale acties, maar je kunt er ook energie bij krijgen, van bijvoorbeeld slapen en (voor sommige mensen) sporten.

Een normale dag zou er als volgt uit zien; je staat op en gaat douchen, wat drie lepeltjes kost. Vervolgens maak je je ontbijt klaar en eet je deze op, wat twee lepeltjes kost. Daarna moet je mogelijk naar je werk fietsen, wat acht lepeltjes kost, aangezien het fysieke beweging is. Dan werk je enkele uren achter een bureau, wat vier lepeltjes per uur is, afhankelijk van hoe moeilijk je werk is of van hoeveel je met andere mensen samen moet werken. Dat betekent dat je rond de lunchtijd al zo’n 25 tot 29 lepeltjes hebt opgebruikt van de vijftig. En dan ben je pas op de helft van de dag!

Vervolgens ga je lunchen en misschien een stukje wandelen met collega’s. Overigens kan alleen het omgaan met andere mensen al redelijk wat lepeltjes kosten. Als je dan weer terug bent aan je bureau, ben je weer acht lepeltjes kwijt. Je hebt nog wat uren te gaan op je werk, en aan het einde van je werkdag heb je in totaal ongeveer 55 lepeltjes verbruikt. Maar wacht, je had er maar vijftig bij de start van je dag! Je zit dus nu al op je reserves, maar je moet nog naar huis fietsen, wat acht lepeltjes kost, en je moet nog avondeten maken en eten, en je hebt nog een hele avond voor de boeg. Wat nu?

Leg met de lepeltjestheorie je energielevel uit
Leg met de lepeltjestheorie je energielevel uit

Als je in de min zit, dan moet je zorgen dat je er energie bij krijgt, en dat kun je doen door te sporten, wat echter ook voor meer moeheid kan zorgen, of door te slapen, dus bijvoorbeeld een dutje doen. Stel je krijgt het voor elkaar om naar huis te fietsen (63 lepeltjes in totaal), een blik soep open te trekken, warm te maken, en op te eten, (65 lepeltjes in totaal), dan zit je al op een energiepeil van -15. Je besluit om te gaan liggen, in de hoop dat je er wat energie bij krijgt, want je hebt afgesproken om een drankje te drinken met je vrienden.

Je slaapt even, maar na tien minuten ben je klaarwakker omdat je de luide TV van de buren hoort. Je hebt maar vijf lepeltjes bijgescoord, en zit dus nog op -10. Je doet oordopjes in en probeert het nogmaals, maar je komt niet lekker in slaap. Je zit nog steeds in de min en je moet morgen weer werken. Uiteindelijk besluit je je trots opzij te zetten en belt je vrienden af. Je zet een film of serie op, en spendeert zo je avond. Je gaat vroeg naar bed, en ‘s nachts slaap je gelukkig goed, dus je start je dag weer met vijftig lepeltjes, maar als je een slechte nachtrust had, dan begin je je dag al met een achterstand.

De lepeltjestheorie klinkt heel basaal, maar het geeft menig persoon een beter idee van hoe je energielevel werkt, en dat je als chronisch zieke continu keuzes moet maken. Het legt uit waarom je soms een sociaal uitje af moet zeggen of je ziek moet melden terwijl je in principe niet meer ziek bent dan anders. Gebruik deze theorie dan ook als specifiek voorbeeld indien mensen in je omgeving het lastig vinden om te begrijpen waarom je “weer eens” iets af hebt moeten zeggen. Het is niet zo dat je wilt afzeggen, maar je lichaam kan fysiek gewoon niet altijd mee.



Wees creatief met het uitleggen van je chronische ziekte

Hopelijk geven de bovenstaande voorbeelden je al een idee van hoe je je ziekte uit kunt leggen aan andere mensen. Wat vooral belangrijk is: wees creatief. Probeer je in de schoenen van anderen te plaatsen (zij zullen zich namelijk niet vanzelf in jouw schoenen proberen te plaatsen, aangezien het te abstract is) en ontdek welke metafoor ze zullen begrijpen.

Zo heb ik ooit ontdekt hoe ik de benauwdheid van astma heel expliciet kan uitleggen aan andere mensen: pak een rietje (eentje die niet al te breed is), knijp je neus dicht, en adem alleen door het rietje. Je voelt dan al vrij snel de druk op je borst. Je kunt dan natuurlijk het rietje weg doen en normaal ademen, maar als je astma hebt en benauwd bent, dan kan dat niet. Besef je dan hoe angstig en moeilijk het kan zijn? Na een dergelijke oefening hebben mensen ineens veel meer begrip voor je situatie, omdat ze ook in één klap begrijpen dat je ziekte niet alleen voor fysieke problemen zorgt.

Heb je nog andere sterke voorbeelden om je ziekte uit te leggen aan anderen? Deel het op Facebook of Twitter, of laat een reactie achter onder dit artikel!

Volg en like ChronischBeter.nl

Goede voornemens? Hier enkele tips om gezonder te eten

De eerste maand van het nieuwe jaar is alweer bijna voorbij. Misschien heb je goede voornemens gemaakt, zoals gezonder eten of meer te bewegen. Hoe gaat het met die voornemens? Lukt het, of heb je toch wat moeite om er goed in te komen? Lees dan onze tips om gezonder met eten om te gaan als chronisch zieke!

6 simpele manieren om gezonder en bewuster te eten

Volg en like ChronischBeter.nl

Hoe kun je werken met een chronische ziekte?

Het kan erg lastig zijn om te werken met een chronische ziekte; werken kost energie, wat je misschien niet hebt, het kan zijn dat je ervoor moet reizen, wat wederom energie kost, en het samenwerken met collega’s kan veel van je eisen. Buiten het werk moet je ook nog je huishouden bijhouden, boodschappen doen, je sociale contacten onderhouden, tijd aan je hobbies spenderen, eventueel sporten, en (niet onbelangrijk) uitrusten. Klinkt als een moeilijke opgave voor een chronisch zieke. Toch is het erg fijn om jezelf te kunnen onderhouden, zelfstandig te kunnen zijn, door middel van werken.

Ik heb zelf 40 uur per week gewerkt, wat soms bijna onmogelijk voor me was, en zit momenteel op 36 uur. Sinds ik iets minder werk en mijn lichaam flink heb aangepakt, waarover ik meer vertel in andere artikelen op deze website, is werken veel beter vol te houden voor me. Hieronder zijn enkele manieren om werken met een chronische ziekte gemakkelijker en behapbaarder te maken, zodat je het kunt inrichten op jouw manier en daardoor beter kunt volhouden.



1. Werk vanuit thuis

Werken kan al vermoeiend zijn doordat je veel met andere mensen moet schakelen. Zorg daarom dat je vanuit thuis kunt werken, al is het maar af en toe, en niet elke dag. Thuis heb je meer rust en zit je in je eigen, vertrouwde omgeving. Als er weinig tot geen mensen om je heen zijn, kun je je waarschijnlijk beter concentreren op je werk. Vanuit thuis werken, zorgt er ook voor dat je tussendoor wat makkelijker (extra) pauze kunt nemen. En tot slot hoef je niet te reizen als je vanuit thuis werkt, wat weer energie kan schelen. Bovendien bespaar je tijd op het einde van je dag, waardoor je wat meer tijd voor andere dingen overhoudt.

Ik heb zelf een baan waarbij ik alles online doe, waardoor ik in principe altijd thuis kan werken als ik wil. Het heeft me verschillende jaren, bedrijven, en functies gekost om op dit punt te komen, maar het is de moeite waard. Ik heb ook ooit bij een bedrijf gewerkt waarbij iedereen in een grote ruimte bij elkaar zat. Dit kostte me erg veel energie, überhaupt om er te zijn, en dan moest ik ook nog werk verzetten. Momenteel werk ik niet vaak thuis, maar als ik me wat minder goed voel of moe ben, wil het nog wel eens voorkomen dat ik gewoon thuis aan de computer ga zitten. Het is prettig om de mogelijkheid te hebben, maar het is uiteraard aan jezelf of je er ook gebruik van maakt.

2. Regel flexibele uren

Regel flexibele uren met je werkgever
Regel flexibele uren met je werkgever

Probeer een werkgever te zoeken waarbij je flexibel kunt zijn met uren, of controleer bij je huidige werkgever in hoeverre je flexibel mag zijn met je uren. Als je je eigen uren in kunt delen, kun je makkelijker rekening houden met hoe je je voelt of hoe het met je gaat op een willekeurige werkdag. Als het op een dag goed met je gaat, dan kun je wat meer uren werken. Als je een slechte dag hebt, dan werk je simpelweg wat minder uren. Zolang je maar tot het aantal uren komt waarvoor je bent aangenomen.

Ik ben een ochtendmens en sta doorgaans vroeg op. Ik begin dan ook vroeg met werken, waardoor ik ook op tijd weer kan stoppen, zodat ik nog een deel van de middag en een groot deel van de avond heb. Sinds ik gestopt ben met mijn medicijnen ben ik wat meer moe, dus nu slaap ik ‘s ochtends wat langer en begin ik later met werken, waardoor ik de dag alsnog vol hou en ook nog wat energie over heb voor ‘s avonds. Mijn werkgever vindt dit prima en moedigt het zelfs aan, omdat een fitte werknemer veel beter werk aflevert.

3. Zoek werk dichtbij huis

Het is niet voor iedereen mogelijk, maar als je kunt, probeer dicht bij huis te werken. Als je dichtbij huis werkt, dan hoef je niet te reizen, wat erg veel energie kan schelen. En andersom: als je dichtbij huis werkt, dan kun je makkelijker naar huis als het even niet goed gaat. Verder kun je ook simpelweg thuis beginnen met werken indien mogelijk, en later alsnog naar je werk gaan als je je wat beter voelt.

Voorkom dat je veel moet reizen voor werk
Voorkom dat je veel moet reizen voor werk

Persoonlijk vind ik reizen doodvermoeiend, en ik heb er aardig wat ervaring mee. Toen ik studeerde, heb ik twee keer stage gelopen in Amsterdam. Ik was ‘s ochtends om half 7 de deur uit, en was ‘s avonds rond half 8 weer thuis. Mits de treinen op tijd reden. Dat was doodvermoeiend. Ik heb destijds besloten om voor werk nooit zo ver te reizen, en dat is ook altijd gelukt. Ik kies altijd werk op fietsafstand of soms zelfs loopafstand. Het liefst werk ik op fietsafstand, zodat ik standaard enige beweging heb op een werkdag.

4. Maak afspraken met je werkgever

Je bent niet verplicht om je ziekte bekend te maken bij je werkgever of je collega’s, maar het kan je helpen in je dagelijkse werkzaamheden. Als je aangeeft wat er met je aan de hand is en vooral waar je tegenaan loopt, dan kun je andere onderwerpen meer bespreekbaar maken. Zo kun je afspraken gaan maken over je uren, thuiswerken, extra pauzes nemen, en meer. Op die manier kun je je baan beter inrichten naar jouw behoeften en situatie. De meeste werkgevers staan hiervoor open; zolang je eerlijk bent en geen misbruik maakt van de afspraken die zijn gemaakt.

Ik heb zelf een werkgever bij wie ik vrij flexibel kan zijn. Ik heb niet per se afspraken moeten maken, maar mijn directe collega’s weten van mijn astma, en weten ook dat er niet per se iets aan de hand is als ik een keer wat later op kantoor ben. Ze hebben er ook totaal geen problemen mee als ik vanuit thuis werk; dat is zelfs zeer normaal bij het bedrijf waar ik werk. Daarnaast kan ik relatief vrij omgaan met mijn uren; op sommige dagen werk ik een uur korter, omdat ik wat minder energie heb, en op een andere dag haal ik dat uur dan weer in. Met 36 uur is het wat lastiger, maar als je bijvoorbeeld rond de 24 uur per week of minder werkt, dan is dat vaak iets handiger in te plannen.



Tot slot: voorbereiden op werk

Als je momenteel zonder werk zit en graag aan de slag wilt gaan, dan kun je ook al veel vanuit thuis doen. Via internet kun je uiteraard solliciteren op functies, maar je kunt je ook inlezen op onderwerpen, functies, en bedrijven waar je zou willen werken. Verder zijn er ook manieren om online cursussen te doen of boeken te downloaden of te kopen om jezelf meer op te leiden voor een specifieke functie.

Ik doe zelf regelmatig online cursussen via Coursera.org (in het Engels), die ik op mijn eigen tempo kan volgen. Verder lees ik veel over onderwerpen die me interesseren of die over mijn vakgebied gaan. En wat je ook altijd nog kunt doen: je eigen website of bedrijf opzetten en helemaal alles op je eigen tempo doen!

Volg en like ChronischBeter.nl

6 simpele manieren om gezonder en bewuster te eten

Na enkele jaren grondig bezig te zijn geweest met het wijzigen van mijn voedingspatroon, kan ik met zekerheid zeggen dat ik geloof dat een chronisch zieke er veel baat bij kan hebben om goed op voeding te letten. Als je lichaam minder moeite moet doen om voeding te verwerken, dan heb je meer energie. Ik heb het dan niet over diëten of (nog erger) lijnen; helaas denken veel mensen dat voeding aanpakken tijdelijk is, dat het bedoeld is om af te vallen, en dat ze na enige tijd weer terug kunnen naar slechte gewoontes. Maar dat is het absoluut niet: het gaat erom om een gezond voedingspatroon te creëren, wat goed werkt voor jou en jouw lichaam, en wat je zonder moeite de rest van je leven moet kunnen volhouden.

Dat wil niet zeggen dat je voortaan alles wat je lekker vindt moet laten staan, en dat je nooit meer mag snoepen, of dat je vegetarisch of biologisch moet gaan eten; het gaat erom dat je varieert en alles met mate doet. Hieronder vind je enkele handige tips om je voeding aan te pakken.



1. Eet kleinere porties

Hoeveel eet je zoal per maaltijd? Heb je deze hoeveelheid wel nodig? De hoeveelheden en calorieën van het Voedingscentrum zijn gebaseerd op gemiddelde mensen die gemiddeld bewegen. Ik ben maar 1.58m, dus ik heb minder voeding nodig dan iemand van 1.80m. Als je niet of nauwelijks sport, dan heb je ook minder eten nodig. De kans is groot dat je met kleinere porties voldoende voeding binnen krijgt voor jouw lichaam en jouw beweegpatroon.

Je hoeft je porties niet in één klap grondig te verminderen; het is fijner om dit langzaamaan te doen, zodat je eraan kunt wennen en niet het idee hebt dat je te weinig eten hebt gehad. Maak bijvoorbeeld een keer een handje pasta minder klaar voor het avondeten. Of voeg 50 gram minder vlees toe. Probeer dit een paar keer, en zolang je nog steeds voldoende hebt gegeten, kun je er eventueel nog wat af laten. Op die manier kan je maag wennen aan iets minder eten, en merk je er vrij weinig van, maar doordat je een hoeveelheid eet die beter bij je lichaam past, hoeft je lichaam minder moeite te doen om alles te verwerken, waardoor je mogelijk meer energie hebt.

2. Wees zuinig met tarwe, zuivel, en varkensvlees

Ook al heb je van jongs af aan geleerd dat je dagelijks tarwe en zuivel moet consumeren, onze lichamen zijn er niet voor bedoeld om de hoeveelheid tarwe en zuivel te verwerken die we in Nederland dagelijks innemen. Probeer daarom te matigen. Zo eet ik ‘s ochtends op de ene dag bijvoorbeeld een kommetje yoghurt met fruit, noten, en honing, en de andere dag eet ik volkoren crackers met boter en beleg. Als ik op een dag weet dat ik ‘s avonds spaghetti ga eten, dan vervang ik de crackers ‘s ochtends voor maiswafels. Op die manier eet ik wel voldoende tarwe, maar niet bij elke maaltijd. Uiteraard kun je ook variëren in de granen die je inneemt, dus vervang tarwe eens met spelt of boekweit.

Probeer varkensvlees te mijden
Probeer varkensvlees te mijden

Hetzelfde kun je het beste doen met varkensvlees. Varkensvlees bevat een hoger vetgehalte dan bijvoorbeeld rundvlees of kip, en varkens hebben een slecht ontgiftingssysteem waardoor een deel van hun afvalstoffen opgeslagen wordt in hun vetweefsel. Wat je als consument dan dus eet. Persoonlijk heb ik al jaren een haat-liefde-verhouding met varkensvlees; ik krijg er meteen buikpijn van, en als ik meer varkensvlees heb gegeten, dan krijg ik sneller puistjes. Ik heb dan ook besloten om het zoveel mogelijk te vermijden. Je kunt uiteraard andere vleessoorten eten, vleesvervangers, en vis.

3. Eet groente, fruit, en nootjes tussendoor

Het is gebruikelijk om naast je drie maaltijden per dag ook twee tussendoortjes te eten. Probeer deze tussendoortjes gezond te houden, en pak vooral geen mueslirepen en ligakoeken, want deze plakken van de suiker aan elkaar. Kies eerder voor fruit, nootjes, of, wat ik zelf ook regelmatig doe, groente. Ik maak meestal een zakje met verschillende soorten groenten klaar als tussendoortje op het werk; snoeptomaatjes, stukjes komkommer, champignons, reepjes paprika, worteltjes, etcetera.

Zorg in ieder geval dat je niet naar producten met suikers grijpt. Er zijn tegenwoordig steeds meer producten die van natuurlijke ingrediënten gemaakt zijn, zonder dat er allerlei rotzooi aan toegevoegd is. Ik ben zelf een fan van de repen van Nakd. Deze repen bevatten alleen natuurlijke producten, vullen goed, en zijn ook nog eens lekker. Ze zijn alleen wel aan de prijs, dus ik koop er af en toe één om mezelf te trakteren. Uiteraard kun je ook zelf aan de slag gaan met cacao, noten, en dadels!

4. Ga voor verse producten

Zoals hierboven al aangegeven bij de tussendoortjes, moet je ook bij alle maaltijden zoveel mogelijk voor verse producten gaan. Vermijd zakjes en poedertjes, maar maak zelf simpele sausjes of kruidenmixen. De belangrijkste reden is dat kant en klare sauzen en mixen e-nummers en vaak ook suikers bevatten. Het is niet geheel bekend of e-nummers schadelijk zijn, maar het zijn in principe chemische stoffen die je inneemt. Persoonlijk heb ik er dan mijn twijfels over. Verder weten we allemaal dat suikers dikmakers zijn, maar de alternatieve zoetstoffen zijn ook niet fantastisch voor je lichaam. Daarom vermijd ik beiden zoveel mogelijk. Als ik echt een keer zin heb om te snoepen, dan pak ik meestal iets met gewone suiker, omdat ik daar niet direct buikpijn van krijg (en van zoetstoffen wel).

Eet zoveel mogelijk verse producten
Eet zoveel mogelijk verse producten

Het is in het begin wat lastig om op te pakken, maar als je er wat meer ervaring mee hebt, kun je zelf makkelijk alternatieven bedenken voor de zakjes en poedertjes. Je kunt erg veel met blikjes tomatenpuree (rode saus), pakjes kokos- of amandelmelk (witte saus), en kruiden. Veel recepten staan op internet, en als je eenmaal wat vaker een saus gemaakt hebt, dan heb je beter door hoe je de volgende keer weer wat anders kunt maken. Zelf heb ik een hele bak met kruiden in huis, waar ik vrijwel elke maaltijd gebruik van maak. En ja, af en toe koop ik nog wel eens een kant en klare kruidenmix, of een Knorr Wereldgerecht, want soms is dat simpelweg handig en fijn ter afwisseling. Maar dat doe ik bij uitzondering.

5. Doe een allergietest

Als je het bovenstaande doet, maar het idee hebt dat je nog steeds verkeerd reageert op sommige voeding (of allicht andere stoffen), doe dan een allergietest. Mocht je zware allergieën hebben, dan is het uiteraard verstandig om deze geheel te vermijden. Indien je enkele lichte allergieën hebt, probeer de stoffen dan toch af en toe in te nemen, zodat je lichaam niet vijandelijker wordt ten opzichte van het product. De allergie kan dan afnemen, totdat je er helemaal niet meer op reageert.

Indien er weinig of niets uit de allergietest komt, dan kun je ook nog nadenken over alternatieve manieren om erachter te komen waar je lichaam op reageert, zoals pendelen bij een alternatieve genezer. Controleer wel van te voren of dit vergoed wordt door je zorgverzekeraar!



6. Varieer en consumeer met mate

Voor alles geldt: probeer zoveel mogelijk te variëren (de ene dag vis, de andere dag kip, dan een dag vegetarisch, de dag daarna rundvlees, en zo kun je bijvoorbeeld ook afwisselen met aardappelen, rijst, en pasta) en eet en drink met mate. Dat geldt voor alle producten, niet alleen voor snoepen of alcohol. Zelf gebruik ik nog steeds de “balansdag” als ik vind dat ik teveel heb gegeten of gesnoept, maar ook als ik merk dat ik veel buikpijn heb. Dan eet ik een dag geen tarwe en zuivel, eet ik geen suiker, drink ik geen alcohol, en eet ik extreem “clean”. Het voelt alsof mijn lichaam dan even “reset”, en daarna voel ik me weer goed. Niet dat ik dan meteen weer los ga op eten en drinken, maar dan kan ik wel weer tarwe en zuivel in mijn voeding opnemen.

Nog enkele extra tips waar je mogelijk iets aan hebt als je gezonder en bewuster met je voeding om wilt gaan:

  • Kijk wat goed werkt voor jouw lichaam. Soms betekent dit dat je eerst een tijdje enkele dingen moet uitproberen en goed naar de reacties van je lichaam moet luisteren.
  • Probeer zoveel mogelijk vers te eten, en zo weinig mogelijk uit pakjes.
  • Kijk altijd op de ingrediëntenlijst van een product om te zien wat erin zit. Hoe verder het ingrediënt vooraan in de lijst staat, hoe groter de hoeveelheid die in het product zit.
  • Staat suiker vooraan in de ingrediëntenlijst? Dan zit er meer suiker in dan welk ander ingrediënt ook!
  • Als je denkt dat een product suikervrij is, kijk dan ook of er bijvoorbeeld fructose in het product zit. Dat is in principe een ander woord voor suiker.
  • Alcohol versterkt allergische reacties. Mocht je iets eten waar je licht allergisch voor bent, en je drink hier alcohol bij, dan kan de reactie heftiger zijn dan anders.
Volg en like ChronischBeter.nl

Snelle tip: traplopen om je conditie te verbeteren

Snelle_tip

Wil je graag je conditie verbeteren, maar heb je weinig tijd of weet je niet goed waar je moet beginnen? Neem vaker de trap! Traplopen kan zwaar zijn, maar zorgt voor een snelle conditieverbetering van hart en longen. Loop niet te snel, maar wandel rustig. Doe dit op kantoor, tijdens het winkelen, en zelfs thuis. Let wel een beetje op je gewrichten. Je zult na enkele tijd niet meer snel buiten adem zijn!



Volg en like ChronischBeter.nl

Wat heb je nodig om je chronisch zieke lichaam te versterken?

Je hebt een chronische ziekte en bent het beu om altijd teruggefloten te worden door je lichaam? Je ziet wat gezonde mensen om je heen allemaal doen en zou daar ook graag energie voor hebben? Dan heb je de juiste instelling om flink aan de slag te gaan met je lichaam, en om deze zodanig te versterken dat je je wat fitter voelt, en minder last hebt van je chronische ziekte. Hieronder vind je wat je nog meer nodig hebt om je lichaam grondig te verbeteren.

1. Duidelijke en haalbare doelen

Als je serieus je lichaam en daarmee je leven als chronische zieke wilt verbeteren, dan kun je dit niet in het wilde weg gaan doen. Je hebt duidelijke doelen nodig, die tevens haalbaar moeten zijn. Dat betekent dat je simpel moet beginnen, regelmatig je doelen moet evalueren, en deze bij moet stellen indien nodig. Daarbij is het van belang dat je niet meteen het hoogst haalbare van jezelf vraagt, en dat je eerlijk tegenover jezelf bent over hoe het met je gaat.

Stel duidelijke doelen
Stel duidelijke doelen

Zorg dat je doelen concreet zijn en dat je gemakkelijk kunt bepalen of je ze gehaald hebt. Begin bijvoorbeeld met als doel twee keer per week een half uur te bewegen, een maand lang. Als je dit hebt gehaald, stel je doel bij naar vier keer per week een half uur bewegen, een maand lang. Blijf dit zo volhouden en bijstellen. Als je een stuk verder bent, dan kun je wat andere richtingen in gaan kijken, zoals één keer per week flink sporten, vijf kilometer rennen, of een ronde van twintig kilometer fietsen. Als het echt goed met je gaat, kun je andere soorten doelen gaan stellen, zoals medicijnen verlagen naar één keer per dag, nog maar één uur hulp in de huishouding per week, of elke week een uur extra gaan werken.



2. Een plan van aanpak

Zodra je eenmaal duidelijke doelen voor jezelf hebt gesteld, kun je een plan van aanpak bedenken. Het helpt om je doelen op te schrijven, en hier regelmatig naar te kijken, zodat je ze niet uit het oog verliest. Schrijf op hoe je deze doelen denkt te gaan halen. Als je dit opschrijft en regelmatig bekijkt, dan heb je meer focus op waar je mee bezig bent.

Schrijf een plan van aanpak
Schrijf een plan van aanpak

Zo kun je uitwerken hoe je je eetpatroon gaat aanpakken, en wat je dan wel en niet wilt eten. Soms vergt dit wat uitzoekwerk, vooral als je op zoek gaat naar recepten, en het is handig om deze op één plek te bewaren. Ook als je meer wilt gaan bewegen, of wilt gaan sporten, dan is het handig om dit voor jezelf op te schrijven. Wat voor sport heb je interesse in? Wat wil je gaan proberen? Hoe vaak wil je sporten? Wil je misschien eerst wat afvallen? Is iets niet gelukt? Schrijf dat dan ook op, en vooral waarom het niet gelukt is, zodat je weet dat het nog te hoog gegrepen is, maar wellicht later nog eens het proberen waard is. Zorg dat je regelmatig terug kijkt naar je doelen en plan van aanpak, zodat je hiervan leert en eventueel je doelen en plan kunt bijstellen.

3. Steun van je omgeving

Het is mogelijk om je hele plan alleen op te pakken en uit te voeren, maar het kan erg zwaar zijn. Daarom is het verstandig om ervoor te zorgen dat je de steun krijgt van mensen in je omgeving. Soms zal het even tegen zitten, en op dat moment heb je anderen nodig die je kunnen vertellen dat je het erg goed doet en dat je vol moet houden. Ook kunnen andere mensen goede tips voor je hebben, of mogelijk kunnen ze je ergens bij helpen. Zorg daarom dat je met de mensen dicht bij je deelt waar je mee bezig bent.

Steun van anderen is motiverend
Steun van anderen is motiverend

Als je graag wilt bewegen, dan kan het heel motiverend zijn om iemand te hebben die met je mee gaat. Wellicht heb je iemand in je omgeving die graag wat wil afvallen, of simpelweg wat meer wil bewegen. Het is dan ideaal om samen te gaan en elkaar te steunen. Ben je bezig met je eetgewoontes aan te pakken? Zorg dan dat andere mensen hiervan op de hoogte zijn als je bijvoorbeeld bij iemand thuis gaat eten, of als je een keer uit eten gaat. In principe kun je alles alleen doen, maar het gaat iets gemakkelijker als er mensen achter je staan!

4. Sterke discipline

Hoe goed je je plan van aanpak ook hebt opgesteld, en hoe goed je je ook hebt voorbereid, je lichaam versterken met een chronische ziekte is erg zwaar. Je gaat het hoe dan ook moeilijk krijgen. Daarom is het erg belangrijk om een ijzersterke discipline te hebben. Dit wil niet zeggen dat je jezelf continu tot uitersten moet zetten, of dat je wekelijks over je grenzen moet gaan. Het gaat erom dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten als het moeilijk wordt, of als je een slechte dag hebt, maar dat je dan een pauze inlast voor jezelf, eventueel je doelen bijstelt, en daarna weer verder gaat.

Neem rust als dat nodig is
Neem rust als dat nodig is

Wou je drie keer per week bewegen, maar is de derde keer niet gelukt omdat je pijn had? Geen probleem; je bent twee keer wél gegaan! Probeer volgende week drie keer te gaan. Lukt het steeds twee keer in plaats van drie? Dan is je doel mogelijk te hoog gegrepen. Stel deze bij naar twee keer per week en kijk het een aantal weken aan. Waarschijnlijk gaat het steeds ietsje makkelijker en kun je de drie keer later wel aan. Zolang je maar vol blijft houden en niet op geeft.



5. Geduld

Zoals je uit het bovenstaande misschien al hebt begrepen, zul je ook veel geduld moeten hebben. Je lichaam en leven drastisch verbeteren doe je niet binnen enkele weken of maanden. Je moet rekening houden met jaren. Daarom is het belangrijk om in het begin relatief gemakkelijke doelen voor jezelf te stellen, zodat je deze haalt en daardoor gemotiveerd blijft om door te gaan. Soms kan het lang duren voordat je verbetering ziet, maar intussen is je lichaam druk bezig met veranderingen te ondergaan. Wees dus geduldig, want op een bepaald moment merk je ineens verbetering.

Geduld is nodig om je doelen te halen
Geduld is nodig om je doelen te halen

Een goed voorbeeld is afvallen. Als je elke dag op de weegschaal gaat staan, dan zie je steeds hetzelfde gewicht, of zelfs iets meer als je een keer een snoepmoment had of een keer uit eten bent geweest, waardoor het lijkt alsof er niets gebeurt. Als je echter om de week op de weegschaal gaat staan, dan zul je meer verschil zien, waardoor je meer gemotiveerd bent om vol te houden. En als je doorgaat met gezonder eten, dan zul je merken dat je broeken ineens minder strak zitten, of dat je geen middagdutje meer nodig hebt omdat je je energieker voelt. Zolang je volhoudt, merk je vanzelf verbetering.

Stap voor stap

Buiten de bovenstaande vereisten, is het belangrijk om door te hebben dat je op een rustig tempo moet gaan met het versterken van je lichaam. Neem stap voor stap en ga niet meteen voor de kilometers. Als je te snel gaat, dan fluit je lichaam je wel terug, maar vaak kun je dan (bijna) opnieuw beginnen. Luister dan ook altijd goed naar de signalen van je lichaam. Ben je erg moe? Rust dan uit. Krijg je buikpijn na het eten? Controleer waardoor dit komt en leer hiervan. Heb je pijn van het sporten? Laat je spieren goed uitrusten en doe rek- en strekoefeningen voordat je weer gaat sporten. Als je alles uit dit artikel volgt en in je achterhoofd houdt, dan moet het halen van je doelen zeker lukken!

Volg en like ChronischBeter.nl

4 praktische tips voor beginnen met sporten met een chronische ziekte

Bewegen is voor iedereen belangrijk. Maar als je een chronische ziekte hebt kan het erg zwaar zijn, terwijl het mogelijk nog belangrijker voor je is om te bewegen dan voor mensen zonder een chronische ziekte. Geen zorgen; je hoeft niet keihard te gaan sporten om je lichaam in conditie te houden. Met kleine stapjes en goed opbouwen, kun je een heel eind komen. Zolang je maar beweegt. Lees hieronder hoe je kunt beginnen met het oppakken van bewegen en eventueel sporten als je een chronische ziekte hebt. Heb je nog andere ideeën? Deel het met ons via de comments!

1. Begin stapje voor stapje met bewegen

Het belangrijkste aan beginnen met bewegen, is dat je het heel rustig opbouwt. Je lichaam heeft al genoeg te verduren met je chronische ziekte, dus je wilt deze niet te veel belasten. Begin daarom met kleine stapjes om het bewegen te introduceren in je dagelijkse bezigheden. Korte wandelingen zijn goed of bijvoorbeeld een stukje fietsen. Heb je toevallig wat glas dat naar de glasbak moet? Neem het mee en wandel naar de glasbak. Moet je wat boodschappen doen, maar niet al te veel? Neem de fiets in plaats van de auto. 

Stap voor stap beginnen met bewegenGaat dit goed en beginnen de wandelingen al te kort te worden? Breid dan steeds een beetje uit. Doe een grotere wandeling na het avondeten; dat is ook nog eens goed voor je spijsvertering. Heb je vrienden die in een dorp in je buurt wonen? Probeer er eens naartoe te fietsen. Moet je de hond uitlaten? Loop een stuk verder dan normaal. Zorg dat je steeds een tijdje, bijvoorbeeld twee weken, een vast ritme aanhoudt van dezelfde hoeveelheid. Als dit na twee weken goed gaat, probeer er dan een dag bij te doen waarop je wat beweegt, of probeer de afstand wat te vergroten. Maar let wel: luister altijd naar je lichaam. Als je over je grenzen gaat, dan word je genadeloos terug gefloten. Hou dit goed in de gaten!



2. Zoek anderen die mee willen bewegen

Beweeg of sport je, en vind je het leuk, maar mis je toch af en toe motivatie of wat vernieuwing? Zoek dan andere mensen die met je mee willen doen. Sommige mensen zijn meer gemotiveerd door mensen in hun omgeving; anderen sporten het liefst alleen. Kijk in je omgeving of iemand ook graag wil bewegen en doe een voorstel. Dit hoeven niet alleen mensen te zijn met een chronische ziekte, absoluut niet zelfs; over het algemeen kunnen veel mensen wel wat meer beweging gebruiken.

Samen bewegen is motiverendOok samen met een ander persoon die bijvoorbeeld al lang niet gesport of bewogen heeft, kun je langzaam opbouwen zoals in het punt hierboven. Zorg dat je naar elkaar blijft communiceren over wat je leuk vindt en in hoeverre je de beweging vol houdt. Let er wel op als de ander sneller en harder lijkt te gaan dan jij; het kan zijn dat je dan toch een andere sport buddy moet gaan zoeken. Hou altijd je eigen grenzen in de gaten, en probeer de ander niet bij te houden als dit onbegonnen werk is voor je. Daar hoef je je niet voor te schamen; het is al lastig genoeg om te bewegen met een chronische ziekte, maar je doet het tenminste, en daarmee heb je de moeilijkste stap gezet!

3. Zoek een sport die je echt leuk vindt

Als je inmiddels regelmatig beweegt, ben je er misschien klaar voor om te gaan sporten. Daarbij is het belangrijk om een sport te kiezen waar je je echt in kunt vinden. Vaak stoppen mensen namelijk met sporten, omdat ze een sport doen die ze eigenlijk niet leuk vinden. Ze gaan bijvoorbeeld naar een fitnesscentrum en daar op een lopende band staan, omdat het gemakkelijk is en vaak goedkoop. Maar na een tijdje gaan ze steeds minder vaak, en wordt het steeds moeilijker om motivatie te blijven vinden. Als je de beweging doet of de sport die je echt leuk vindt, dan is het veel makkelijker om het vol te houden, en haal je er veel meer voldoening uit.

Een leuke sport is motiverendProbeer daarom wat dingen uit. Vind je de lopende band op de sportschool niks? Probeer dan de crosstrainer eens, of misschien vind je het roeiapparaat leuk. Is de sportschool niks voor je? Kijk eens of je vanuit thuis iets kunt doen, zoals wandelen, hardlopen, of fietsen. Het gaat erom dat je flink beweegt, dus je hoeft niet meteen naar een sportschool te gaan. Vraag aan mensen in je omgeving en kijk eens om je heen wat anderen doen. Heb je iets gevonden wat je misschien leuk vindt, maar je weet het niet zeker? Vaak mag je een gratis proefles doen of een keer meekijken. Is het toch niks? Ga dan niet door omdat je per se wilt bewegen, maar stop en kijk uit naar iets anders.



4. Ga voor professionele sportbegeleiding

Als je moeite hebt met het begin, of als je graag wat flinker aan de slag wilt dan hierboven beschreven, dan kun je ook altijd professionele begeleiding krijgen. Zo kun je in de meeste sportscholen de hulp inroepen van een persoonlijke begeleider, of je kunt via je huisarts naar sportfysiotherapie.

Professionele sportbegeleiding kan raadzaam zijnDit laatste heb ik zelf ook kort gedaan; toen ik thuis op de crosstrainer stond, ging het lekker en had ik het idee dat het goed ging, maar de dag nadat ik gesport had, was ik altijd absurd vermoeid. Met een fysiotherapeut heb ik specifiek gekeken naar het moment waarop er minder zuurstof opgenomen werd in mijn bloed tijdens het sporten. Dat was mijn grens en daar moest ik niet overheen gaan, want dan werd ik vermoeid. Als je op die manier je grenzen weet af te stellen, kun je deze altijd een stukje uitrekken, waardoor je je grenzen steeds verder kunt verleggen.

Luister naar je lichaam

Ongeacht hoe je gaat bewegen of sporten, zorg altijd dat je goed naar je lichaam luistert. Had je eigenlijk afgesproken of besloten om vanmiddag te gaan sporten, maar je hebt pijn in je been? Sla deze keer over en kijk of het morgen gaat. Voel je je niet helemaal lekker? Soms kan het dan juist erg fijn zijn om te gaan sporten. Tast het bewegen af en kijk wat voor jou en jouw lichaam het beste is, en hou je daaraan. Zolang je je eigen lichaam in de gaten houdt, gaat het goed, en zul je je steeds fitter gaan voelen!

Volg en like ChronischBeter.nl