Snelle tip: traplopen om je conditie te verbeteren

Snelle_tip

Wil je graag je conditie verbeteren, maar heb je weinig tijd of weet je niet goed waar je moet beginnen? Neem vaker de trap! Traplopen kan zwaar zijn, maar zorgt voor een snelle conditieverbetering van hart en longen. Loop niet te snel, maar wandel rustig. Doe dit op kantoor, tijdens het winkelen, en zelfs thuis. Let wel een beetje op je gewrichten. Je zult na enkele tijd niet meer snel buiten adem zijn!



Volg en like ChronischBeter.nl

Mijn eerste twee maanden zonder medicijnen

Ik heb mijn hele leven medicijnen geslikt voor astma, en sinds ongeveer twee maanden ben ik hiermee gestopt, op doktersadvies. Ik heb ongeveer tien jaar naar dat moment toegewerkt, het gaat helaas allemaal niet vanzelf, en toen het zover was, voelde het toch nog erg plotseling en daardoor spannend. In dit artikel wil ik je wat meer vertellen over de eerste dagen en de eerste maanden van het stoppen met medicijnen, na deze meer dan dertig jaar dagelijks ingenomen te hebben.

Continu aan medicijnen denken

Op de eerste dag dat ik mocht stoppen, was ik me enorm bewust van wat er gaande was. Daardoor dacht ik continu aan het feit dat ik geen medicijnen meer hoefde te slikken, waardoor ik veel benauwd was. Ik moest steeds rustig gaan zitten, mijn ademhaling onder controle houden, dus zo diep mogelijk via mijn buik ademen, en dan ging het benauwde gevoel weg. Dit bevestigde voor mij steeds dat de angst en spanning in mijn hoofd zaten, en niet in mijn lichaam.

Dat is meteen een typerend kenmerk van astma: stress en angst kunnen astma-aanvallen veroorzaken. Hierdoor is het als astmapatiënt zijnde erg belangrijk om proberen rustig te blijven in stressvolle situaties, en daardoor komt het ook dat je meer last hebt van je longen in spannende tijden. Zo kon ik als kind al benauwd worden van de spanning voor mijn verjaardag, of op de dag voordat we naar de Efteling zouden gaan.



Sporten zonder medicijnen

Op de tweede dag kon ik meteen goed testen hoe sporten zonder medicijnen gaat. De marathon van Eindhoven was op die dag, en ik had me maanden eerder al ingeschreven voor de 10 kilometer. Uiteraard wou ik die graag nog steeds lopen. Ik vond het extra spannend doordat ik natuurlijk nog continu met het idee van “ik slik geen medicijnen meer” in mijn hoofd zat, en daar had ik tijdens het hardlopen af en toe last van. Dat was met name in het begin; toen ik eenmaal wat meer in het ritme van het lopen zat, vergat ik de medicijnen volledig.

Bij hardlopen moet ik mijn ademhaling onder controle hebben
Bij hardlopen moet ik mijn ademhaling onder controle hebben. Foto: presentingwithimpact.nl.

Af en toe moest ik mijn ademhaling weer op orde brengen, en ik moest ervoor zorgen dat ik op mijn eigen tempo bleef lopen in plaats van met anderen mee te rennen. Ik playbackte daarom mee met mijn muziek, als een soort praattest, wat er ongetwijfeld vreemd uit zag voor de aanmoedigers, maar wat mij ontzettend goed hielp in mijn ademhaling onder controle houden. Uiteindelijk heb ik het netjes volgehouden, en heb ik zelfs een dik persoonlijk record gelopen.

Nog steeds veel denken aan medicijnen

Na ongeveer een week helemaal geen medicijnen ingenomen te hebben, moest ik er nog steeds veel aan denken. Het werd wel geleidelijk aan minder. Ik dacht er niet meer de hele dag aan, alleen nog sporadisch, en ik had het veel minder benauwd. Als ik er aan dacht, dan kreeg ik niet steeds het benauwde gevoel; ik leek er al wat meer aan te wennen. Ik zorgde ervoor dat ik netjes bleef bewegen, en dat ik een paar keer per week flink sportte. Dat ging goed en ik voelde me erg fit.

Bijna drie weken nadat ik gestopt was met medicijnen, dacht ik er nog nauwelijks aan. Ik had het niet meer benauwd, en mijn hoofd leek meer helder te zijn. Ik had het idee dat dit meer was zoals ik me überhaupt zou moeten voelen in mijn lichaam en in mijn hoofd. Helaas werd ik in dezelfde week verkouden, en voelde ik me een hele tijd niet fit. Daardoor ging ik iets minder sporten. Werken ging wel gewoon, en ook het huishouden kon ik netjes bijhouden. Zelfs mijn sociale leven leed er nauwelijks onder. Dus ondanks dat ik me ineens niet fantastisch voelde, was het toch anders dan voorheen.

Hardnekkige verkoudheid

Een maand nadat ik mijn laatste medicijnen had gehad, voelde ik me over het algemeen goed, maar de verkoudheid bleef maar aanhouden. Normaliter zou ik tijdelijk extra medicijnen nemen, een longarts heeft me dit ooit aangeraden, waardoor ik binnen enkele dagen van de verkoudheid af zou zijn. Maar daar wou ik nu natuurlijk niet aan beginnen; ik wou normaal van de verkoudheid afkomen, zoals niet-chronische zieke mensen ook zouden doen. Met geduld, rustiger aan doen, thee met honing drinken, warm aankleden, en op tijd naar bed gaan.

Mijn bovenste luchtwegen profiteren niet langer van de medicijnen
Mijn bovenste luchtwegen profiteren niet langer van de medicijnen. Foto: dokterdokter.nl

Maar de verkoudheid bleef hardnekkig volhouden. In de vijfde week na het stoppen met medicijnen, had ik een afspraak voor een longfunctietest. Deze was bedoeld om te controleren hoe mijn longen het deden zonder de medicijnen. Ik was nog steeds erg verkouden en ben nagegaan of ik de test dan eigenlijk wel mocht of kon doen. Er was geen probleem; in de resultaten zou dan echter wel duidelijk worden dat ik verkouden was. Dus ik deed de test. Deze viel me erg zwaar moet ik zeggen; het was lastig om goed te blazen, en tot ongeveer een uur na de test voelde ik me wat buiten adem en had ik een pijnlijke plek op mijn borst van het harde werken.

Longen in de gaten houden

Na in totaal anderhalve maand was ik nog steeds verkouden, en voelde ik me niet fantastisch. Ik kreeg de uitslag van de longfunctietest, en deze was weliswaar nog prima, maar de praktijkondersteuner gaf aan dat deze wel een stuk minder was dan de vorige keer. Deels was dit te verklaren door de verkoudheid, maar deels mogelijk ook door het stoppen met medicijnen. Ze gaf aan dat mijn longen goed in de gaten gehouden moeten worden de komende tijd, en dat ik vooral ook goed naar mijn lichaam moet luisteren.

Ze had ook een verklaring voor mijn aanhoudende verkoudheid; normaliter profiteren de bovenste luchtwegen (neus, wangen) ook van de longmedicijnen. Die krijgen nu natuurlijk ook niets meer binnen, en blijkbaar heeft dat effect bij mij. Ik kreeg daarom een neusspray mee, helaas met corticosteroïden, om dit aan te pakken. Het kan in totaal zo’n vier weken duren voordat ik het effect merk, en dan moet ik proberen of ik deze langzaam kan afbouwen, of dat ik ze nodig blijf hebben. Na enkele dagen merkte ik wel dat mijn neus wat sneller open is, dus hopelijk gaat dit goed werken.



Zwaar, maar er is hoop

Inmiddels ben ik bijna twee maanden gestopt met medicijnen innemen voor mijn longen. Ik moet zeggen dat het erg zwaar is; ik herken niet alle signalen van mijn lichaam. Van sommige klachten weet ik niet zeker of het “normaal” is, en van sommige signalen vraag ik me af of het ernstiger is dan ik denk, of juist niet. Het is ontzettend afwegen en opletten, en het lijkt erop alsof ik mijn lichaam opnieuw moet leren kennen. Door de verkoudheid maak ik meer zorgen dan normaal, en daardoor ben ik ook weer vaker benauwd dan voorheen (en ook door de verkoudheid zelf natuurlijk).

Verder heb ik gemerkt dat mijn conditie een stuk achteruit is gegaan. Met name bij hardlopen merk ik dat ik relatief snel buiten adem raak, en ook bij bijvoorbeeld een stuk fietsen. Nu heb ik de afgelopen weken wat minder gesport door de verkoudheid, dus dat kan ook meewerken. Volgens mensen in mijn omgeving zijn mijn klachten relatief normaal voor een verkoudheid en wat minder sporten, en ook deze tijd van het jaar. Daarom blijf ik hoopvol en volhouden. De komende tijd ga ik wat meer focussen op het verbeteren van mijn conditie, en dus wat vaker sporten. Daarnaast blijf ik me netjes aan mijn voedingspatroon houden, ook al komen de feestdagen eraan, en hoop ik dat de neusspray wat goed kan doen. Over een paar maanden heb ik een nieuwe longfunctietest; ik hou jullie op de hoogte van de ontwikkelingen!

Volg en like ChronischBeter.nl

Mijn ultieme doel als chronisch zieke: leven zonder medicijnen

Op het moment dat ik mijn verhaal opschreef voor deze website, was ik druk bezig met mijn ultieme doel: een leven zonder medicijnen. Ik had een ongelofelijk goede basis: ik sportte enkele keren per week, ik had een goed eetpatroon voor mezelf opgesteld, ik had mijn allergieën aangepakt, en ik voelde me in het algemeen goed, fit, en sterk. De herfst was aangebroken en het was tijd om weer te stoppen met mijn hooikoortsmedicijnen. Normaliter draag ik vanaf het begin van september al handschoenen op de fiets ‘s ochtends, omdat mijn handen dan al ruw worden en wondjes krijgen, maar anno 2017 was er zelfs eind oktober nog niets aan de hand. Ik had geen buikpijn meer, ik had energie, en ik was er helemaal klaar voor!

Stoppen met hooikoortsmedicijnen

Dus op de eerste dag van oktober stopte ik met mijn hooikoortsmedicijnen. In mijn vorige artikelen lijkt het misschien alsof dat heel makkelijk gaat en dat je daar niets van merkt, maar dat is niet helemaal zo. In het begin merk je dat je buffer wegvalt; in mijn geval heb ik dan wat vaker jeuk, mogelijk door wasmiddelen of shampoo, reageer ik weer licht op nootjes en pinda’s, en heb ik even wat vaker buikpijn. Sowieso is je huid sneller geïrriteerd doordat de verwarming aan gaat in de herfst. Daar moet je even doorheen, wat soms een beetje vervelend is. Maar na enkele weken zwakt dat allemaal weer af en gaat het de rest van de herfst en winter prima.

Ik heb sinds eerder dit jaar een nieuwe huisarts en ik was in augustus voor iets anders bij haar langs geweest, waarop we ook meteen kennis gemaakt hebben. Ze vroeg destijds aan me “wie houdt jouw longen in de gaten?”, waarop mijn antwoord “niemand” was. Dat is ergens ook weer het nare aan de Nederlandse gezondheidszorg; als het niet goed gaat, dan moet je naar allerlei specialisten en allerlei onderzoeken doen, maar zodra het goed gaat, word je eigenlijk aan je lot overgelaten. Dat is erg vreemd als je een chronische ziekte hebt, want deze kan altijd voor problemen zorgen, en moet eigenlijk op een reguliere basis door iemand gecontroleerd worden. Mijn nieuwe huisarts zei dan ook meteen “dan wil ik dat doen, als je dat goed vindt.”

Nieuwe longfunctietest

Dus voor het eerst in jaren heb ik nu een standaard jaarlijkse afspraak bij de praktijkondersteuner voor een longfunctietest. Mijn eerste was begin oktober van dit jaar, en het was al even geleden dat ik deze had gedaan. Bij een longfunctietest neem je een mondstuk in je mond waardoor je ademhaalt. Tegelijkertijd krijg je een klemmetje op je neus, zodat je alleen door het mondstuk ademt. Het mondstuk is verbonden met een slangetje, en het slangetje zit aan een computer.

Longfunctietest om conditie van de longen te meten
Longfunctietest – Foto: www.martiniziekenhuis.nl

Tijdens het onderzoek moet je eerst de lucht helemaal uit je longen blazen tot je niet meer kunt, vervolgens moet je ineens zo diep mogelijk inademen, en daarna moet je zo lang en krachtig mogelijk uitademen, tot je longen weer helemaal leeg zijn. Hierbij wordt gemeten wat de conditie van de longen is; hoeveel lucht er in- en uitgeademd kan worden, en wat de longinhoud is. Nadat een basis is gemeten, krijg je een medicijn wat de luchtwegen meer opent, meestal Ventolin of Salbutamol, waarna de test nogmaals gedaan wordt, om te kijken of deze medicijnen effect hebben.

Zeer goede uitslag longfunctietest

Bij de test die ik toen deed, was al snel duidelijk dat de medicijnen erg weinig effect hadden. Dat was voor het eerst van mijn leven! Dus ik was al erg positief. En een week later belde mijn huisarts me met de officiële uitslag: mijn longen waren in betere conditie dan die van de gemiddelde Nederlander. Er was wel duidelijk een “astma-curve” te zien bij het inademen (74% van normaal), maar de medicijnen hadden maar voor 2% effect.

Ze gaf aan dat de medicijnen die ik had eigenlijk veel te sterk waren, en ze stelde me enkele vragen over mijn gebruik. Toen ik aangaf dat ik maar één pufje per dag nam, zei ze “dan stel ik voor om helemaal te stoppen”. Wauw! Dit was voor het eerst dat een arts achter me stond, en ze vond het zelfs een ontzettende interessante ontwikkeling. “Zolang we het maar wetenschappelijk kunnen onderbouwen met een nieuwe test over een maand,” zo sloot ze het telefoontje af.

Stoppen met longmedicijnen

Dus de dag erna hoefde ik geen medicijnen in te nemen. Ik vond het doodeng! Op de eerste dag moest ik er continu aan denken, en had ik het, zoals voorheen, veel benauwd. Steeds wanneer dit gebeurde, lette ik op mijn ademhaling, zorgde ik dat ik zo diep mogelijk vanuit mijn buik ademhaalde, en dan ging het weer goed. Dit gebeurde erg vaak in de eerste dagen. Doordat ik mijn ademhaling weer goed kreeg, had ik wel door dat het puur in mijn hoofd zat. Er was niks mis met mijn longen, maar het was weer dat continu denken aan die medicijnen.

10 kilometer rennen op de marathonOp de tweede dag zonder medicijnen was de marathon van Eindhoven, en deze keer had ik me ingeschreven voor de 10 kilometer. Ik had de inschrijving ruim van te voren gedaan, op het moment dat ik niet wist dat ik binnenkort geen medicijnen meer zou hoeven, en ik had goed getraind. Ik had er zin in, maar ik zag er ook een beetje tegenop, juist doordat ik geen medicijnen meer had. Het rennen ging deze keer echter veel beter dan de 5 kilometer, enkele jaren eerder. Ik had mijn krachten beter gedoseerd, en lette beter op signalen van mijn lichaam. Verder ging ik helemaal op in de adrenaline van de wedstrijd. Ik heb enkele keren wat last gehad van mijn ademhaling, maar steeds bracht ik dat weer snel onder controle, waardoor ik vrij probleemloos heb gelopen. Uiteindelijk had ik wederom een dik persoonlijk record; en deze keer zonder medicijnen!

Gevolgen van stoppen met longmedicijnen

Ruim een week na het stoppen met medicijnen begon ik er steeds minder aan te denken, en had ik het steeds minder benauwd. Na twee weken begon ik me erg goed te voelen; mijn hoofd voelde helderder en ik voelde me meer alsof ik nu echt mezelf ben, alsof er altijd een waas om me heen heeft gezeten, die nu weg is. Na drie weken werd ik verkouden, en voelde ik me een hele tijd niet fit, maar niks sloeg over op mijn longen. Een week lang heb ik me superfit gevoeld, en daarna voelde ik me weer niet zo fantastisch. Het lijkt alsof mijn lichaam echt moet wennen, en het voelt alsof ik nu overal meer vatbaar voor ben.

Na ongeveer vier weken heb ik een nieuwe longfunctietest gedaan. Ik was op dat moment echter nog verkouden, dus dat zag je enigszins in de uitslag. De resultaten zagen er verder prima uit, maar het was wel duidelijk dat ik in de gaten gehouden moet worden. De praktijkondersteuner gaf aan dat de overige klachten die ik momenteel heb, de verkoudheidsklachten, een gevolg zijn van het stoppen met de medicijnen. De longmedicijnen hebben namelijk ook effect op je bovenste luchtwegen (de holtes bij je neus en wangen), en die krijgen nu dus ook niets meer. Haar advies was daarom om toch een neusspray te nemen met corticosteroïden, en een tijdje te proberen hoe dit gaat. Mogelijk kan ik het snel onder controle krijgen en hoef ik de spray daarna niet meer te gebruiken, en mogelijk moet ik deze toch innemen. Dat is nu afwachten.

In de tussentijd heb ik ook een nieuwe allergietest gedaan, omdat ik benieuwd was of ik daar ook verbeteringen zag. De uitslag was grotendeels positief voor me; mijn honden- en soja-allergieën zijn volledig weg, en de boom- en graspollen zijn verminderd. Ik ben nog steeds allergisch voor pinda’s en noten, maar de allergieën zijn niet meer zo sterk als vroeger. Ik had er wel een nieuwe allergie bij: schimmels. Dat heb ik nooit eerder gehad!

Ik heb al een lange weg achter de rug, en ik heb nog steeds een aardig pad te gaan. Maar het feit dat ik verschil zie, hoe klein of groot ook, zorgt ervoor dat ik gemotiveerd ben om door te werken aan mijn lichaam. Ik heb dit allemaal al bereikt; wie weet wat ik verder nog voor elkaar kan krijgen?

Volg en like ChronischBeter.nl

“Als je gewoon je medicijnen neemt, dan kun je een normaal leven leiden”

Voor mijn astma ben ik onder behandeling geweest bij menig arts; huisartsen, kinderartsen, en longartsen. Ze hadden allemaal zo’n beetje dezelfde ideeën, en één longarts heeft dat een keer mooi verwoord: “Als je gewoon je medicijnen neemt, dan kun je een normaal leven leiden”. Die zin is me altijd bijgebleven. Het is namelijk niet “gewoon” om medicijnen te nemen, al helemaal niet zeven verschillende medicijnen als kind van acht zijnde. Bovendien is een leven met medicijnen geen “normaal” leven. Daarnaast zijn de medicijnen niet het enige waarmee je te maken krijgt als je een chronische ziekte als astma hebt.

Gewoon medicijnen innemen

Omdat ik als kind al mijn medicijnen regelmatig moest innemen, moest ik ze altijd bij me hebben. Daarom liep ik altijd met een klein handtasje rond, ook op school. Soms vergat ik ze mee te nemen, wat niet zo handig als je bijvoorbeeld op vakantie gaat. Ik ben ze ooit vergeten toen we met de hele familie een weekend naar Zeeland gingen. Uiteindelijk zijn we via via bij een apotheek terecht gekomen waar ze mijn medicijnen op voorraad hadden en konden leveren, anders hadden we naar huis gekund (of het hele weekend een ziek kind gehad).

Medicijnen kunnen erg vies zijn
Medicijnen kunnen erg vies zijn

Ik had veel verschillende soorten medicijnen, die allemaal op andere manieren ingenomen moesten worden. Ik had capsules die zo groot waren dat ik ze niet in kon slikken. Daarom moesten ze eerst opengemaakt worden. De korreltjes in de capsule moest ik dan innemen, maar deze waren extreem vies van smaak. Thuis kreeg ik ze daarom altijd met een lepel Roosvicee; als ik bij mijn tante ging logeren, was het feest, want dan kreeg ik ze met bavarois!

Verder kreeg ik vaak prednison, als ik een (dreigende) longontsteking had bijvoorbeeld. Door de prednison werd ik nog meer moe, en kreeg ik een bol hoofd, wat op viel bij veel mensen. Daarnaast kreeg ik soms medicijnen in zetpilvorm. Ik vond het vreselijk om die te krijgen, ook al hielpen ze erg goed. Soms beloofden mijn ouders me dan dat ik een kadootje mocht uitzoeken als ik bijvoorbeeld een week lang de zetpillen had doorstaan zonder te zeuren.



Bijwerkingen van medicijnen

Naast het feit dat medicijnen nemen niet zo “gewoon” is als artsen denken, heb je met medicijnen ook nog eens last van bijwerkingen. Zo heb je bijwerkingen als moeheid, snel blauwe plekken, slecht genezende wondjes, gewichtstoename, vochtophoping, en noem maar op. Dit zijn alleen de bijwerkingen die onderzocht zijn en derhalve bekend zijn. Maar er is weinig onderzoek gedaan naar de bijwerkingen van medicijnen op lange termijn; dus van kinds af aan medicijnen innemen tot diep in het volwassen leven.

De medicijnen die ik al mijn hele leven inneem, zijn een soort van hormonen. Hormonen kunnen veel effect hebben op een lichaam. Ik was extreem vroeg in de puberteit; op mijn negende was ik voor het eerst ongesteld, en ik heb altijd het vermoeden gehad dat dit door de medicijnen komt. Verder ben ik erg klein, wat mogelijk ook veroorzaakt is door de medicijnen; mijn ouders, broertje, en zus hebben allemaal een gezonde, Nederlandse lengte.

Medicijnen kunnen effect hebben op je tanden
Medicijnen kunnen effect hebben op je tanden

Daarnaast heb ik vaak problemen met mijn gebit; ik heb altijd gelige tanden, omdat pufjes je tanden uitdrogen, waardoor je tanden meer vatbaar zijn voor aanslag van bijvoorbeeld koffie en thee. Dit is overigens hetzelfde effect als roken; er is me in het verleden erg vaak gevraagd of ik rookte, omdat mijn tanden zo gekleurd zijn. Verder heb ik standaard gaatjes in mijn gebit als ik van medicijnen veranderd ben; volgens mijn tandarts komt dat omdat je speeksel verandert als je andere medicijnen in gaat nemen. En tot slot ben ik al jaren aan het sukkelen met mijn ogen, en zijn deze nog nooit stabiel geweest.

Normaal leven leiden

Wat veel artsen niet beseffen, is dat de klachten die je als chronisch zieke ervaart, bij lange na niet 100% aan de lichamelijke klachten van een ziekte gelinkt zijn. Het gaat ook niet zozeer om de medicijnen en de bijwerkingen van medicijnen. Het gaat er juist om dat je een normaal leven wilt leiden, maar dit niet kunt. Als chronisch zieke wil je niets liever dan gezond zijn, zelfstandig zijn, energie hebben, en doen wat andere mensen ook doen. Maar je moet juist harder werken om dingen voor elkaar te krijgen, want ze zijn niet zo vanzelfsprekend als bij gezonde mensen. Iemand die normaal is, wil graag speciaal zijn, en iemand die speciaal is, wil graag normaal zijn.

Als kind vond ik dit nog erger; ik wou graag zijn zoals andere kinderen, gewoon mee spelen en met alles mee doen, maar ik kon het vaak niet. Kinderen, en vooral tieners, begrijpen dit niet. Er is niets aan me te zien, dus dan is er ook niets aan de hand. Daardoor werd ik veel gepest. Dat krijg je dus bovenop het al ziek zijn, de medicijnen moeten slikken, de moeheid, enzovoorts. Als jong volwassene wou ik zo graag zelfstandig zijn, dat ik ontzettend moest focussen op mijn prioriteiten. Dat betekende dat werken voor ging op alles, want anders kon ik niet op mezelf wonen, en dat betekende ook dat met name mijn sociale leven hier erg onder leed. Ik wou graag met mijn vrienden afspreken, maar ik kon het gewoon niet opbrengen.



Minder focus op medicijnen

Het gebeurt gelukkig al wat meer, maar ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: het zou beter zijn als artsen zich niet alleen op medicijngebruik richten, maar zich richten op het totale plaatje van een chronische ziekte hebben. Zo kan aandacht besteden aan psychische aspecten, voeding, werkomgeving, en beweging kleine verbeteringen opleveren in het leven van een chronisch zieke.

Zo kan een werkgever een chronisch zieke tegemoet komen door flexibel te zijn in wanneer deze persoon komt werken; heb je vandaag een slechte dag? Ga dan wat eerder naar huis, en kijk of je morgen meer energie hebt. Zet een persoon niet op een streng dieet, maar juist een gezond voedingspatroon wat bij de persoon past en wat makkelijk vol te houden is. Start het bewegen zoals niet-chronisch zieke mensen doen, door te wandelen of te fietsen, en door regelmatig te sporten, al dan niet met een groep mensen. Kortom: alleen door rekening te houden met meerdere aspecten dan alleen medicijnen, kun je daadwerkelijk een “normaal leven leiden” met een chronische ziekte.

Volg en like ChronischBeter.nl

Wat heb je nodig om je chronisch zieke lichaam te versterken?

Je hebt een chronische ziekte en bent het beu om altijd teruggefloten te worden door je lichaam? Je ziet wat gezonde mensen om je heen allemaal doen en zou daar ook graag energie voor hebben? Dan heb je de juiste instelling om flink aan de slag te gaan met je lichaam, en om deze zodanig te versterken dat je je wat fitter voelt, en minder last hebt van je chronische ziekte. Hieronder vind je wat je nog meer nodig hebt om je lichaam grondig te verbeteren.

1. Duidelijke en haalbare doelen

Als je serieus je lichaam en daarmee je leven als chronische zieke wilt verbeteren, dan kun je dit niet in het wilde weg gaan doen. Je hebt duidelijke doelen nodig, die tevens haalbaar moeten zijn. Dat betekent dat je simpel moet beginnen, regelmatig je doelen moet evalueren, en deze bij moet stellen indien nodig. Daarbij is het van belang dat je niet meteen het hoogst haalbare van jezelf vraagt, en dat je eerlijk tegenover jezelf bent over hoe het met je gaat.

Stel duidelijke doelen
Stel duidelijke doelen

Zorg dat je doelen concreet zijn en dat je gemakkelijk kunt bepalen of je ze gehaald hebt. Begin bijvoorbeeld met als doel twee keer per week een half uur te bewegen, een maand lang. Als je dit hebt gehaald, stel je doel bij naar vier keer per week een half uur bewegen, een maand lang. Blijf dit zo volhouden en bijstellen. Als je een stuk verder bent, dan kun je wat andere richtingen in gaan kijken, zoals één keer per week flink sporten, vijf kilometer rennen, of een ronde van twintig kilometer fietsen. Als het echt goed met je gaat, kun je andere soorten doelen gaan stellen, zoals medicijnen verlagen naar één keer per dag, nog maar één uur hulp in de huishouding per week, of elke week een uur extra gaan werken.



2. Een plan van aanpak

Zodra je eenmaal duidelijke doelen voor jezelf hebt gesteld, kun je een plan van aanpak bedenken. Het helpt om je doelen op te schrijven, en hier regelmatig naar te kijken, zodat je ze niet uit het oog verliest. Schrijf op hoe je deze doelen denkt te gaan halen. Als je dit opschrijft en regelmatig bekijkt, dan heb je meer focus op waar je mee bezig bent.

Schrijf een plan van aanpak
Schrijf een plan van aanpak

Zo kun je uitwerken hoe je je eetpatroon gaat aanpakken, en wat je dan wel en niet wilt eten. Soms vergt dit wat uitzoekwerk, vooral als je op zoek gaat naar recepten, en het is handig om deze op één plek te bewaren. Ook als je meer wilt gaan bewegen, of wilt gaan sporten, dan is het handig om dit voor jezelf op te schrijven. Wat voor sport heb je interesse in? Wat wil je gaan proberen? Hoe vaak wil je sporten? Wil je misschien eerst wat afvallen? Is iets niet gelukt? Schrijf dat dan ook op, en vooral waarom het niet gelukt is, zodat je weet dat het nog te hoog gegrepen is, maar wellicht later nog eens het proberen waard is. Zorg dat je regelmatig terug kijkt naar je doelen en plan van aanpak, zodat je hiervan leert en eventueel je doelen en plan kunt bijstellen.

3. Steun van je omgeving

Het is mogelijk om je hele plan alleen op te pakken en uit te voeren, maar het kan erg zwaar zijn. Daarom is het verstandig om ervoor te zorgen dat je de steun krijgt van mensen in je omgeving. Soms zal het even tegen zitten, en op dat moment heb je anderen nodig die je kunnen vertellen dat je het erg goed doet en dat je vol moet houden. Ook kunnen andere mensen goede tips voor je hebben, of mogelijk kunnen ze je ergens bij helpen. Zorg daarom dat je met de mensen dicht bij je deelt waar je mee bezig bent.

Steun van anderen is motiverend
Steun van anderen is motiverend

Als je graag wilt bewegen, dan kan het heel motiverend zijn om iemand te hebben die met je mee gaat. Wellicht heb je iemand in je omgeving die graag wat wil afvallen, of simpelweg wat meer wil bewegen. Het is dan ideaal om samen te gaan en elkaar te steunen. Ben je bezig met je eetgewoontes aan te pakken? Zorg dan dat andere mensen hiervan op de hoogte zijn als je bijvoorbeeld bij iemand thuis gaat eten, of als je een keer uit eten gaat. In principe kun je alles alleen doen, maar het gaat iets gemakkelijker als er mensen achter je staan!

4. Sterke discipline

Hoe goed je je plan van aanpak ook hebt opgesteld, en hoe goed je je ook hebt voorbereid, je lichaam versterken met een chronische ziekte is erg zwaar. Je gaat het hoe dan ook moeilijk krijgen. Daarom is het erg belangrijk om een ijzersterke discipline te hebben. Dit wil niet zeggen dat je jezelf continu tot uitersten moet zetten, of dat je wekelijks over je grenzen moet gaan. Het gaat erom dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten als het moeilijk wordt, of als je een slechte dag hebt, maar dat je dan een pauze inlast voor jezelf, eventueel je doelen bijstelt, en daarna weer verder gaat.

Neem rust als dat nodig is
Neem rust als dat nodig is

Wou je drie keer per week bewegen, maar is de derde keer niet gelukt omdat je pijn had? Geen probleem; je bent twee keer wél gegaan! Probeer volgende week drie keer te gaan. Lukt het steeds twee keer in plaats van drie? Dan is je doel mogelijk te hoog gegrepen. Stel deze bij naar twee keer per week en kijk het een aantal weken aan. Waarschijnlijk gaat het steeds ietsje makkelijker en kun je de drie keer later wel aan. Zolang je maar vol blijft houden en niet op geeft.



5. Geduld

Zoals je uit het bovenstaande misschien al hebt begrepen, zul je ook veel geduld moeten hebben. Je lichaam en leven drastisch verbeteren doe je niet binnen enkele weken of maanden. Je moet rekening houden met jaren. Daarom is het belangrijk om in het begin relatief gemakkelijke doelen voor jezelf te stellen, zodat je deze haalt en daardoor gemotiveerd blijft om door te gaan. Soms kan het lang duren voordat je verbetering ziet, maar intussen is je lichaam druk bezig met veranderingen te ondergaan. Wees dus geduldig, want op een bepaald moment merk je ineens verbetering.

Geduld is nodig om je doelen te halen
Geduld is nodig om je doelen te halen

Een goed voorbeeld is afvallen. Als je elke dag op de weegschaal gaat staan, dan zie je steeds hetzelfde gewicht, of zelfs iets meer als je een keer een snoepmoment had of een keer uit eten bent geweest, waardoor het lijkt alsof er niets gebeurt. Als je echter om de week op de weegschaal gaat staan, dan zul je meer verschil zien, waardoor je meer gemotiveerd bent om vol te houden. En als je doorgaat met gezonder eten, dan zul je merken dat je broeken ineens minder strak zitten, of dat je geen middagdutje meer nodig hebt omdat je je energieker voelt. Zolang je volhoudt, merk je vanzelf verbetering.

Stap voor stap

Buiten de bovenstaande vereisten, is het belangrijk om door te hebben dat je op een rustig tempo moet gaan met het versterken van je lichaam. Neem stap voor stap en ga niet meteen voor de kilometers. Als je te snel gaat, dan fluit je lichaam je wel terug, maar vaak kun je dan (bijna) opnieuw beginnen. Luister dan ook altijd goed naar de signalen van je lichaam. Ben je erg moe? Rust dan uit. Krijg je buikpijn na het eten? Controleer waardoor dit komt en leer hiervan. Heb je pijn van het sporten? Laat je spieren goed uitrusten en doe rek- en strekoefeningen voordat je weer gaat sporten. Als je alles uit dit artikel volgt en in je achterhoofd houdt, dan moet het halen van je doelen zeker lukken!

Volg en like ChronischBeter.nl

4 praktische tips voor beginnen met sporten met een chronische ziekte

Bewegen is voor iedereen belangrijk. Maar als je een chronische ziekte hebt kan het erg zwaar zijn, terwijl het mogelijk nog belangrijker voor je is om te bewegen dan voor mensen zonder een chronische ziekte. Geen zorgen; je hoeft niet keihard te gaan sporten om je lichaam in conditie te houden. Met kleine stapjes en goed opbouwen, kun je een heel eind komen. Zolang je maar beweegt. Lees hieronder hoe je kunt beginnen met het oppakken van bewegen en eventueel sporten als je een chronische ziekte hebt. Heb je nog andere ideeën? Deel het met ons via de comments!

1. Begin stapje voor stapje met bewegen

Het belangrijkste aan beginnen met bewegen, is dat je het heel rustig opbouwt. Je lichaam heeft al genoeg te verduren met je chronische ziekte, dus je wilt deze niet te veel belasten. Begin daarom met kleine stapjes om het bewegen te introduceren in je dagelijkse bezigheden. Korte wandelingen zijn goed of bijvoorbeeld een stukje fietsen. Heb je toevallig wat glas dat naar de glasbak moet? Neem het mee en wandel naar de glasbak. Moet je wat boodschappen doen, maar niet al te veel? Neem de fiets in plaats van de auto. 

Stap voor stap beginnen met bewegenGaat dit goed en beginnen de wandelingen al te kort te worden? Breid dan steeds een beetje uit. Doe een grotere wandeling na het avondeten; dat is ook nog eens goed voor je spijsvertering. Heb je vrienden die in een dorp in je buurt wonen? Probeer er eens naartoe te fietsen. Moet je de hond uitlaten? Loop een stuk verder dan normaal. Zorg dat je steeds een tijdje, bijvoorbeeld twee weken, een vast ritme aanhoudt van dezelfde hoeveelheid. Als dit na twee weken goed gaat, probeer er dan een dag bij te doen waarop je wat beweegt, of probeer de afstand wat te vergroten. Maar let wel: luister altijd naar je lichaam. Als je over je grenzen gaat, dan word je genadeloos terug gefloten. Hou dit goed in de gaten!



2. Zoek anderen die mee willen bewegen

Beweeg of sport je, en vind je het leuk, maar mis je toch af en toe motivatie of wat vernieuwing? Zoek dan andere mensen die met je mee willen doen. Sommige mensen zijn meer gemotiveerd door mensen in hun omgeving; anderen sporten het liefst alleen. Kijk in je omgeving of iemand ook graag wil bewegen en doe een voorstel. Dit hoeven niet alleen mensen te zijn met een chronische ziekte, absoluut niet zelfs; over het algemeen kunnen veel mensen wel wat meer beweging gebruiken.

Samen bewegen is motiverendOok samen met een ander persoon die bijvoorbeeld al lang niet gesport of bewogen heeft, kun je langzaam opbouwen zoals in het punt hierboven. Zorg dat je naar elkaar blijft communiceren over wat je leuk vindt en in hoeverre je de beweging vol houdt. Let er wel op als de ander sneller en harder lijkt te gaan dan jij; het kan zijn dat je dan toch een andere sport buddy moet gaan zoeken. Hou altijd je eigen grenzen in de gaten, en probeer de ander niet bij te houden als dit onbegonnen werk is voor je. Daar hoef je je niet voor te schamen; het is al lastig genoeg om te bewegen met een chronische ziekte, maar je doet het tenminste, en daarmee heb je de moeilijkste stap gezet!

3. Zoek een sport die je echt leuk vindt

Als je inmiddels regelmatig beweegt, ben je er misschien klaar voor om te gaan sporten. Daarbij is het belangrijk om een sport te kiezen waar je je echt in kunt vinden. Vaak stoppen mensen namelijk met sporten, omdat ze een sport doen die ze eigenlijk niet leuk vinden. Ze gaan bijvoorbeeld naar een fitnesscentrum en daar op een lopende band staan, omdat het gemakkelijk is en vaak goedkoop. Maar na een tijdje gaan ze steeds minder vaak, en wordt het steeds moeilijker om motivatie te blijven vinden. Als je de beweging doet of de sport die je echt leuk vindt, dan is het veel makkelijker om het vol te houden, en haal je er veel meer voldoening uit.

Een leuke sport is motiverendProbeer daarom wat dingen uit. Vind je de lopende band op de sportschool niks? Probeer dan de crosstrainer eens, of misschien vind je het roeiapparaat leuk. Is de sportschool niks voor je? Kijk eens of je vanuit thuis iets kunt doen, zoals wandelen, hardlopen, of fietsen. Het gaat erom dat je flink beweegt, dus je hoeft niet meteen naar een sportschool te gaan. Vraag aan mensen in je omgeving en kijk eens om je heen wat anderen doen. Heb je iets gevonden wat je misschien leuk vindt, maar je weet het niet zeker? Vaak mag je een gratis proefles doen of een keer meekijken. Is het toch niks? Ga dan niet door omdat je per se wilt bewegen, maar stop en kijk uit naar iets anders.



4. Ga voor professionele sportbegeleiding

Als je moeite hebt met het begin, of als je graag wat flinker aan de slag wilt dan hierboven beschreven, dan kun je ook altijd professionele begeleiding krijgen. Zo kun je in de meeste sportscholen de hulp inroepen van een persoonlijke begeleider, of je kunt via je huisarts naar sportfysiotherapie.

Professionele sportbegeleiding kan raadzaam zijnDit laatste heb ik zelf ook kort gedaan; toen ik thuis op de crosstrainer stond, ging het lekker en had ik het idee dat het goed ging, maar de dag nadat ik gesport had, was ik altijd absurd vermoeid. Met een fysiotherapeut heb ik specifiek gekeken naar het moment waarop er minder zuurstof opgenomen werd in mijn bloed tijdens het sporten. Dat was mijn grens en daar moest ik niet overheen gaan, want dan werd ik vermoeid. Als je op die manier je grenzen weet af te stellen, kun je deze altijd een stukje uitrekken, waardoor je je grenzen steeds verder kunt verleggen.

Luister naar je lichaam

Ongeacht hoe je gaat bewegen of sporten, zorg altijd dat je goed naar je lichaam luistert. Had je eigenlijk afgesproken of besloten om vanmiddag te gaan sporten, maar je hebt pijn in je been? Sla deze keer over en kijk of het morgen gaat. Voel je je niet helemaal lekker? Soms kan het dan juist erg fijn zijn om te gaan sporten. Tast het bewegen af en kijk wat voor jou en jouw lichaam het beste is, en hou je daaraan. Zolang je je eigen lichaam in de gaten houdt, gaat het goed, en zul je je steeds fitter gaan voelen!

Volg en like ChronischBeter.nl

Zelf immunotherapie doen tegen allergieën

Let op: in dit artikel vertel ik hoe ik zelf immunotherapie heb gedaan, zonder de hulp van medische specialisten. Ik heb dit grondig voorbereid, maar het is nooit zonder risico. Mijn advies is dan ook niet om dit te doen; als je je allergieën wilt aanpakken, doe dit dan altijd onder begeleiding van een arts.

Het is erg vervelend om veel allergieën te hebben. Zeker als deze allergieën je leven beperken en bepalen. Het is nog erger om van een specialist, een allergoloog, te horen dat er niets aan te doen is, omdat je allergieën te heftig zijn. Toen ik dit te horen kreeg, kon ik het dan ook niet accepteren. Ik had zo hard en zo lang aan mijn lichaam gewerkt, om deze sterker te maken en in betere conditie te krijgen, zodat ik daadwerkelijk een normaal leven kon leiden. Die allergieën botsten volledig met mijn plan, dus ik besloot ze zelf aan te pakken met mijn eigen immunotherapie. En de resultaten waren beter dan ik ooit durfde hopen.

Allergieën en immunotherapie

Bij een allergie reageert je afweersysteem op allergenen, stoffen die je afweersysteem als vijandig beschouwt, ook al zijn het goede stoffen. Immunotherapie houdt in dat je blootgesteld wordt aan die stoffen die je lichaam als vijandig bestempelt, om ervoor te zorgen dat je lichaam aan de stoffen went, en ze uiteindelijk niet meer of nauwelijks als gevaarlijk beschouwt. Als dat het geval is, kun je de stoffen dus weer innemen.

Ik begon mijn immunotherapie met kersen. Ik was allergisch voor de meeste fruitsoorten, op citrusvruchten na, en daar zaten wat kleine allergieën tussen. Dus het leek me het beste om daar mee te beginnen. Na weer eens lonkend naar een berg kersen te hebben gekeken op de weekmarkt, besloot ik een pond te kopen en aan de slag te gaan. Op de eerste dag at ik één kers, en ik wachtte af hoe mijn lichaam zou reageren. Die ene kers deed niets, wat opmerkelijk was, want ik was er al een tijd allergisch voor, en kreeg doorgaans meteen jeuk in mijn mond. Zeker in hooikoortsseizoen gebeurde dat; veel fruitallergieën zijn kruisallergieën, waardoor je er sneller of meer last van hebt als er pollen in de lucht zijn. Daarover later meer in een specifiek artikel over kruisallergieën.

Immunotherapie met kersen

Beginnen met kersen immunotherapie
Ik begon met mijn lichtste allergie: kersen

Op dat moment bedacht ik me dat mijn allergieën mogelijk toch verminderd waren, ondanks het praatje wat de allergoloog had gehouden. Hij had tenslotte maar een deel getest, bij lange na niet alles waar ik allergisch voor was, dus het kon zijn dat het voor mij toch minder was dan eerst. Dat was een goede motivatie om verder te gaan met testen. Op de tweede dag at ik twee kersen. Wederom geen enkele reactie van mijn lichaam. Op de derde dag at ik drie kersen, en toen kreeg ik een lichte tinteling in mijn mond. Daarom at ik op de vierde dag weer drie kersen. Ik kreeg weer een lichte tinteling in mijn mond, en wist niet goed of ik wel door moest gaan met mijn immunotherapie.

Nou laat ik mezelf niet snel uit het veld slaan, dus ik besloot een grens te stellen: ik wou het in ieder geval een week testen om te kijken of er enige verbetering in kwam. Als dat niet zo was, dan zou ik stoppen met de kersen, en met een andere fruitsoort doorgaan, ook voor een week. Op die manier kon ik in ieder geval zoveel mogelijk doen en had ik er zelf alles aan gedaan om het voor elkaar te krijgen.

Opbouwen en afwachten

Dus op de vijfde dag at ik weer drie kersen, en ik dacht een licht verschil te merken in de tinteling; het leek iets minder. Op de zesde dag at ik wederom drie kersen, en ja hoor, de tinteling was weer iets minder. Op de zevende dag kon ik drie kersen eten zonder een reactie te krijgen van mijn lichaam. Ik had nog niet echt een doel voor mezelf gezet: wanneer was het voldoende? Als ik een handjevol kersen probleemloos kon eten? Of als ik zoveel kersen kon eten als ik wou, zonder ook maar ergens last van te krijgen? Ik wist nog niet zo goed wat haalbaar was, en ik wou niet op de zaken vooruit lopen. Dus ik besloot goed naar mijn lichaam te luisteren en te kijken hoe ver ik kón gaan.

Op de achtste dag at ik vier kersen, wat goed ging, dus de dag erna ging er weer een kers bij. Zo bleef ik steeds opbouwen. Als mijn lichaam enigszins reageerde, met jeuk in mijn mond of buikpijn, dan hield ik de hoeveelheid kersen gelijk totdat mijn lichaam niet meer negatief reageerde. Na ruim vier weken maakte het niet meer uit hoeveel kersen ik at; mijn lichaam reageerde niet meer verkeerd, en ik voelde me goed en fit. Volgens mij had ik de kersenallergie overwonnen, en dat midden in het hooikoortsseizoen!

Smaak naar meer

Immunotherapie tegen fruitsoorten
Ik pakte al mijn fruitallergieën aan

Uiteraard wou ik het niet alleen bij kersen laten; ik had nog veel meer fruitallergieën om aan te pakken. Kiwi was de volgende, al was deze wat lastiger, omdat ik de kiwi’s moest verdelen in plakjes of partjes en in folie moest wikkelen om te bewaren. Ik begon op de eerste dag met een half plakje, en bouwde het steeds met een half plakje op, zoals ik ook bij de kersen had gedaan. In twee weken kon ik al zoveel kiwi eten als ik wou. Daarna ging ik aan de verse ananas, en ook deze keer duurde het maar twee weken voordat de allergie weg leek te zijn. Het was tijd om mijn ergste fruitallergie aan te pakken, mijn eerste fruitallergie waarmee het allemaal begonnen was: de appel.

Appels waren erg voor me; van een paar hapjes kreeg ik blaren op mijn lippen en een vreselijke jeuk bovenin mijn keel. Zelfs de Santana, de anti-allergie appel, zorgde voor de blaren. Overigens is deze appel niet bedoeld voor mensen met een zware appelallergie; alleen bij een lichte allergie is deze appel goed te eten. Dat wist ik niet toen ik ‘m at, maar daarna was dat helaas snel duidelijk. Voor de appel had ik wel een ander trucje gevonden waardoor ik het toch kon eten, zodat ik iets meer variatie had met de citrusvruchten; de appel ongeveer dertig seconden in de magnetron en dan eten. Door verwarming gaan de allergenen uit het product, waardoor het toch te eten is bij een allergie. Dit is vaak de reden dat mensen met een tomatenallergie toch ketchup kunnen eten, of waarom sommige mensen wel gebrande noten kunnen hebben, maar geen ongebrande.

Ik ging er meteen voluit voor: ik pakte de Braeburn, mijn favoriete appel, en sneed ‘m in stukjes om uit te gaan proberen. De eerste dag begon ik weer met een klein stukje, en zo bouwde ik het weer op. Zelfs de appel ging vrij snel; na drie weken kon ik een hele appel eten, zonder ook maar ergens last van te hebben. De ultieme test deed ik met de Pink Lady, de appel waar ik het ergst op reageerde. Deze kon ik binnen een week al helemaal eten. Zo ging ik door met alle fruit waar ik allergisch voor was, en binnen verschillende maanden kon ik alle fruit eten.

Verandering in geur

In de maand augustus in het jaar daarna was ik op een bruiloft. Tijdens het diner ’s avonds werd er van alles geserveerd, waaronder vlees met pindasaus. Iemand zat tegenover me de pindasaus te eten, maar ik rook het niet. Het verbaasde me nogal, aangezien ik doorgaans al misselijk werd van de geur van pindasaus, of zelfs jeuk kreeg of ziek werd. Ik vroeg aan de persoon of het wel echte pindasaus was, en hij gaf aan dat het wel zo smaakte. Ik heb eraan geroken, en aan andere mensen gevraagd, en zij gaven aan dat het altijd zo ruikt. Voor mij rook het compleet anders dan ik ooit had geroken: de pindasaus rook zelfs best lekker!

Geur is altijd hetgeen geweest wat mijn lichaam gebruikte om me te waarschuwen voor gevaarlijke stoffen, dus ik besefte me dat pinda wellicht geen gevaarlijke stof meer was. Ik wou de proef op de som nemen, dus ik rook aan allerlei producten die doorgaans vreselijk roken, zoals pindakaas, maar bijvoorbeeld ook een zak noten. Alles rook anders dan voorheen. Het leek me een goed moment om ook aan de immunotherapie te gaan voor noten en, wie weet, zelfs pinda’s.

Immunotherapie met noten

Dus ik begon weer simpel, met een verse hazelnoot uit de tuin van mijn ouders. De eerste dag at ik maar een heel klein stukje. Het smaakte prima, en ik kreeg er geen jeuk van. De dag erna at ik een iets groter stukje. Dat gaf een lichte kriebel in mijn keel, dus ik deed hetzelfde als met de fruittherapieën; zodra het jeukte, hield ik de dosis gelijk in de volgende dagen, totdat ik geen kriebels meer had, en dan verhoogde ik de dosis een beetje. Zo ging ik door met de hazelnoten. Het duurde langer dan met het fruit, aangezien mijn notenallergieën veel erger waren, maar na zo’n zes weken kon ik enkele hazelnoten eten.

Immunotherapie voor noten
De smaak van noten was mij onbekend. Er ging een wereld voor me open!

Een wereld vol lekkernijen ging voor me open. Heel veel producten met hazelnoten had ik nog nooit gehad, en ik kende dus ook de smaakcombinaties niet. Gelukkig was mijn vriend erg enthousiast in het uitzoeken van producten die ik nog moest proeven, en ook vrienden van me gaven me tips. Zo ontdekte ik uiteraard chocola met hazelnoot, wat toch wel echt heerlijk was, en in alle combinaties die je je maar kunt bedenken. Het smaakte naar meer, dus ik ging verder met een andere noot; walnoot. En daarna cashew, en pecan, etcetera, totdat ik alle noten kon eten. Met mijn verjaardag dat jaar heb ik mensen gevraagd om notenproducten als kadootje, zodat ik van alles kon uitproberen. Het waren flinke smaaksensaties, vooral pecan met karamel, en notenmix met cranberries. Ik was 33, maar had deze smaken nog nooit beleefd, en ik genoot (haha!) er erg van.

Ultieme test: immunotherapie met pinda’s

Ik had er nooit over nagedacht om echt helemaal van de pinda-allergie af te komen, totdat ik zonder problemen al die noten kon eten. Uiteraard ging ik ermee aan de slag; elke dag een klein stukje pinda. Ik had verwacht dat het alsnog zwaar was, gezien de Epipen die ik nog steeds bij me droeg en het praatje van de allergoloog, maar het viel eerlijk gezegd erg mee. Ik kon al vrij snel een hele pinda eten, en binnen enkele weken kon ik een handjevol eten. Ook toen kon ik ineens een heleboel eten. Ik heb een boterham met pindakaas gegeten voor de ogen van mijn ouders, die helemaal verbaasd zaten te kijken. Ik kon eindelijk kipsaté eten, en ik hoefde niet meer te vragen of ik alsjeblieft chips mocht in plaats van pinda’s in de kroeg. En het allerbelangrijkste: ik hoefde nergens meer rekening mee te houden qua uit eten gaan of producten kopen in de supermarkt.

Inmiddels draag ik de Epipen niet meer bij me, en kan ik zoveel pinda’s eten als ik wil, al moet ik opletten wanneer ik alcohol drink. Alcohol versterkt de allergische reactie, en soms krijg ik toch wat jeuk in mijn keel als ik pinda’s eet terwijl ik een wijntje drink. Ook in de periodes dat ik geen hooikoortsmedicijnen inneem, moet ik wat meer uitkijken. Maar zelfs dit had ik nooit durven hopen!

Mijn lichaam is erg sterk geworden, mijn allergieën zijn grotendeels geslonken, maar nu komt nog mijn ultieme doel: medicijnloos leven. Het is tijd om tests te doen om te kijken of mijn lichaam echt zo gezond is geworden, en om de stap te zetten naar het helemaal afbouwen van medicijnen. In mijn volgende artikel vertel ik hoe ik dit doe en wat de resultaten zijn.

 

Volg en like ChronischBeter.nl